De meeste kwaliteitsproblemen die aan de printer worden toegeschreven, komen in werkelijkheid door het filament — en dan vooral door hoe het bewaard is. Filament neemt vocht op uit de lucht, en vochtig filament herken je aan stringing, knappende geluiden, ruwe oppervlakken en zwakke laaghechting.
Waarom vocht prints verpest
Wanneer vochtig filament door een hete nozzle gaat, verdampt het opgenomen water in één klap tot stoom. Die stoom vormt kleine belletjes in het geëxtrudeerde plastic, wat het onderdeel verzwakt en een ruw, onregelmatig oppervlak achterlaat. Je kunt het vaak letterlijk horen: een knetterend of poppend geluid tijdens het printen is een sterk teken van nat filament.
Welke materialen zijn het gevoeligst?
- TPU is het meest hygroscopische materiaal in ons assortiment — bewaar het altijd droog.
- ABS neemt vocht in een gematigd tempo op.
- PLA en PLA PRO1 zijn vergevingsgezinder, maar gaan ook achteruit als ze maanden in de open lucht liggen.
Praktische bewaarregels
- Bewaar spoelen in een afgesloten bak of zipzak met droogmiddel (silicagel) wanneer je ze niet gebruikt.
- Laat een spoel niet wekenlang op de printer zitten in een vochtige ruimte.
- Koop spoelmaten die bij je verbruik passen: een spoel van 4,5 kg is voordelig voor een printfarm die hem in weken leegdraait, terwijl 0,75 kg slimmer is als je af en toe print.
- Heeft filament lang open gelegen, droog het dan vóór het printen (een filamentdroger of oven op lage temperatuur) — voor PLA rond 45 °C, voor ABS en TPU iets hoger.
Hoe wij het aanpakken
Ons filament komt vacuümverpakt met droogmiddel, rechtstreeks van een productievloer waar dezelfde spoelen onze eigen printers voeden. Bewaar het goed, en de laatste meter print net zo als de eerste.
Vragen over een specifiek materiaal? Neem contact op — we helpen je graag.